Met deze groep kan ik wel 80 jaar worden! – over groepsvorming

Jaren geleden deed ik de uitspraak: ‘met deze groep kan ik wel 80 jaar worden. Heerlijk!’. Een groep die zich in de eerste weken voorbeeldig gedroeg. Maar wat heb ik mij vergist: na vier á vijf weken bleek het een zware dobber om aan deze groep positief leiding te geven: de groepsnorm was geen positieve. Ik deel graag mijn ervaringen met je, en geef je tips voor jouw eerste weken met je nieuwe groep.

De ‘normdrager’ van de groep had zich de eerste weken onder de radar bewogen en gescand en afgetast wat zijn positie ten opzichte van mij als ‘meester’ zou moeten zijn. De rest van de groep volgde zijn voorbeeld: afwachtend, rustig, gehoorzaam en volgend!

En ik, als onderwijsprofessional, heb deze signalen niet op de juiste manier geduid: na vijf á zes weken bleek deze groep helemaal niet volgzaam en rustig te zijn. Mijn energie vloeide weg in het blussen van ‘gedrags-brandjes’ en het oplossen van meidenruzies. Taakgerichtheid en rust tijdens de dag waren niet of nauwelijks aanwezig. Ik verloor overzicht en grip. Leidinggeven vanuit positief contact was steeds minder zichtbaar. In plaats van bemoedigend ondersteunen vertoonde ik steeds meer corrigerende, bestraffende communicatie. Dit is niet wat ik wil als ik met groepen werk!

Tot na de herfstvakantie heb ik voor deze groep hulp gehad van deskundigen: we hebben alle groepsfasen opnieuw, bewust en begeleid doorlopen. Achteraf kan ik zeggen dat ‘in de moeite wordt geleerd’: in deze groep heb ik veel geleerd over hoe groepsvorming plaatsvindt, hoe je daar als onderwijsprofessional alert op moet zijn en hoe je daar een positieve invloed/bijdrage aan kunt leveren: sociaal-emotionele ontwikkeling is een vak!

Veilig groepsklimaat

Ook in de jaren daarna, eerst als leerkracht en later als onderwijsadviseur en docent, werd mij steeds meer de waarde van een veilig groepsklimaat duidelijk: als kinderen graag naar school gaan en zich veilig voelen, dan wordt er automatisch met en van elkaar geleerd. Dit is een open deur, maar in de praktijk blijkt het soms erg lastig om hier de vinger op te leggen en er concreet vorm aan te geven.

Werken aan groepsvorming

Vooropgesteld: ik denk dat een ambachtelijke leraar vanuit zijn professie automatisch werkt aan het waarborgen van een veilig leer- en leefklimaat. Toch heb ik de waarde van hulpmiddelen als Kindbegrip zeker ervaren. Ik kan, ook in die eerste weken, hulpmiddelen op de juiste manier inzetten om mijn kinderen te leren kennen!

De thermometer van Kindbegrip

Kindbegrip is gebaseerd op de inhoud en theorie van het boek ‘Groepsplan gedrag’ van Kees van Overveld. Daarin komt onder andere naar voren dat het uiterst belangrijk is voor de groepsvorming om hier preventief en proactief aan te werken. Een week of zes na de start van het schooljaar kan de virtuele ‘thermometer gedrag’ in de groep: welk gedrag zie je, wat zie je niet? De leerkracht- en leerlingvragenlijst van Kindbegrip zijn hierbij krachtige hulpmiddelen om het sociaal- emotioneel leren en de veiligheid in je groep te meten.

Tips voor een goede start

Graag geef ik je mijn tips mee voor de komende weken. Ik wens jou goede eerste weken toe met je groep!

  • Vraag aan de vorige leerkracht op hoofdlijnen wat deze groep nodig heeft om ‘een fijne groep’ te zijn! Blijf zelf wel kijken en zoek hierin je eigen weg. Neem niet blindelings aan, maar onderzoek of jij deze groep ook zo ervaart.
  • Reflecteer op jouw eigen kennis en kunde (vaardigheden) ten aanzien van het begeleiden van groepen: wat is je valkuil? Waar ben je sterk in? Kan een ‘teveel’ van jouw kracht ook nadelen hebben?
  • Neem kennis van de theorie rond groepsvorming tot je: wat zijn de signalen van een positieve, negatieve of neutrale groep? Hoe herken je de verschillende groepsrollen in jouw groep (Remmerswaal 2004)?
  • Kijk bij jezelf naar binnen: hoe staat het met jouw zelfvertrouwen en zelfbeeld ten aanzien van het leiden van groepen? Waar moet jij persoonlijk alert op zijn?
  • Organiseer jouw klas vooraf zodat de ruimte overzichtelijk en aantrekkelijk oogt en geef vorm aan een warm welkom!
  • Begroet elk kind persoonlijk en met aandacht als ze voor het eerst jouw klas binnenkomen: sta bij de deur. Hiermee geef je het signaal: ‘dit is mijn klas, met de norm die ik voorsta’! 
    Laat elke leerling ervaren: ‘ik ben gezien!’. Een eerste indruk in jouw klas maak je maar één keer.
  • Bedenk bij jezelf voor de eerste schooldag wat de minimale concretisering is van jouw waarden. Geef hier concreet een eigen vorm aan: welk gedrag wil je zien en welk gedrag wil je expliciet niet zien? Praat over wat ‘goed’ is in de klas en doe ‘het goede’ ook voor: leef wat je zegt.
  • Verken samen met jouw groep wat voor hen de belangrijkste waarden zijn en vertaal deze samen naar de norm van de groep: de groepsregels. Houd deze regels minimaal; het liefst geen regels, maar de norm is uitgangspunt.
  • Accepteer dat de eerste weken een stormachtig verloop kunnen hebben, maar ook dat het erg stil en rustig kan zijn. Observeer en bevraag jouw leerlingen.
  • Laat in de eerste week ‘elk kind elk kind’ ontmoeten: zorg voor veel samenwerkingsopdrachten en accepteer dat het soms reuring en ‘gedoe’ geeft! Hier vindt ontmoeting plaats.
  • Accepteer leerlingen zoals ze zijn (wellicht niet zoals ze doen): toon respect voor ieder kind.
  • Stort je niet direct met jouw leerlingen op de kenniscomponent; het lesgeven. Trek ruim de tijd uit voor het leren kennen van elkaar en het neerzetten van een positieve groepsnorm. Trek elke dag minimaal tien minuten uit om een top drie van ‘zo willen wij groep zijn’ te maken.
  • En ten slotte: wees een ‘authentiek mens’. Laat je warme hart spreken, maar wees daarbij uit liefde ook duidelijk en helder. Grenzen en kaders hebben jeugdigen nodig om hun vrijheid te ontdekken. Wees een voorbeeld in wat je zegt en doet: ‘what children see is what children do’!

Verder lezen

Engelen, R. v. (2023). De groepscode. Huizen: Pica.

Overveld, K. v. (2021). Groepsplan gedrag. Pica: Huizen.

Remmerswaal, J. (2018). Handboek Groepsdynamida. Boom uitgevers: Den Haag.

  

‘Ontwikkeling neemt de vorm aan van een streven naar 
een steeds grotere onafhankelijkheid. Het is als een pijl 
losgelaten van de boog, die recht, snel en zeker vliegt’.

Maria Montessori